DE UITGESTOOTTE MAKERS VAN CASTLEFEST

Ik stond laatst weer te scrollen door die fantasy-hoek op Reddit. Je kent het wel, mensen praten over elfenoren, foamzwaarden, kampvuurromantiek. En toch knaagt er dan iets. Want tussen al dat middeleeuwse nepgevoel zit een harde waarheid verstopt waar bijna niemand het over wil hebben: echte Nederlandse makers worden gewoon naar de zijkant geduwd. Weggefilterd. Onzichtbaar gehouden. Terwijl de geur van leer juist daar hoort, tussen de modder, bierkruiken en zompige festivalgrond.

Ik zeg het maar zoals het is: het leerwerk dat je tegenwoordig op de grote fantasy-events ziet hangt vol glitter en AliExpress-lijm. Rebranded made-in-China gear die doet alsof het met liefde is gestikt door een oude ambachtsman met eelt van twintig jaar. Maar ik herken die spullen meteen. Ik heb de Alibaba-catlogs zo vaak doorgespit dat ik sommige foto’s nog in mijn slaap zie. Dat is geen ambacht. Dat is dropship-pret met een middeleeuws sausje.

En ondertussen? Nederlandse makers wachten buiten als een soort ongewenste verre neef die toevallig te veel van leer houdt. Ik heb het zelf meegemaakt. Aanmelden. Hopen. Foto’s sturen van riemen waar je nog net de geur van versgesneden nerfleer vanaf kunt voelen. En dan de reactie krijgen: “hahaha, weer iemand met leer, dat hadden we niet nodig.”
Heb je even? Dat hakt erin. Zeker als je net de berekening in je hoofd had zitten over stands, verlichting, displays, benzine en welke riemmaten je gaat meenemen. Ik was serieus klaar om een lening te trekken om een full Harderwijk-naar-Castlefest setup te bouwen, alles strak, alles professioneel.

Maar goed. In plaats van een plek tussen de fantasymuzikanten en Vikingbijlen kreeg ik een virtuele schop in m’n ballen.

Wat het mooiste is? De organisatie zelf is een kerstboom van BV’s, constructies en bedrijfjes-in-bedrijfjes. Op zich is dat prima, ondernemen is ondernemen. Maar combineer dat met verhalen van andere standhouders die letterlijk in de kou stonden, zonder warmte, zonder goede communicatie, en dan voel je de prioriteiten ineens scherp onder je huid schuren.

En toch, ondanks die ellende, blijft er iets in me branden. Misschien omdat ik elke dag werk met leer dat nog leeft, dat vecht, dat zijn eigen wil heeft.
Ik denk dan terug aan die ene klant bij mij in Harderwijk die zijn oude riem op tafel legde. Ding was gescheurd, versleten, vol verhalen. Ik maakte er een nieuwe voor hem, warme cognac-kleur, klassiek stiksel. Hij deed hem om, keek me aan en zei: “Dit voelt alsof ik weer rechtop loop.” Daar doe je het voor. Dat is ambacht. Dat is geen massaproduct.

En ja, ik sta misschien niet tussen de elfen op Castlefest, maar ik heb hier mijn eigen kleine leercultuur gebouwd. Johnny’s Vintage & Leathers. Handen zwart van de verf, nagels vol stof, geur van nerf en olie die in je kleding blijft hangen. Harderwijk-style.
Ik doe het liever zo dan onderdeel worden van een festival-lint met dertig kraampjes vol copy-paste troep.

Het publiek verdient beter. De makers verdienen beter.
En ooit komen er events die dat weer zien. Nederlandse handen. Europese leather culture. Handmade, vintage, echt spul. Niet de Alibaba-groothandel in een Tolkien-jasje.

Tot die tijd blijf ik werken, slijpen, snijden, verkopen.
Wie écht leer wil, vindt me toch wel.

Shop hier als je klaar bent met namaak:
https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon
https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather

Populaire posts van deze blog

Van motorjack tot manifest: hoe leer meer zegt dan je denkt

Hoe Magic Me Leerde Ondernemen in een Niche (en WotC Mijn Anti-Hero Werd)

Leer is geen materiaal. Het is een houding