Posts

6 mei 2002. Kogel in het Mediapark. Ik was zestien.

Afbeelding
Er zijn van die dagen die in je kop blijven hangen als een litteken onder een leren jas. 6 mei 2002. Mediapark. Pim Fortuyn lag op het asfalt. Ik was zestien. Half puber, half hond met te grote poten. Harderwijk voelde klein die dag. Alsof iemand het volume van het land had opengedraaid en niemand wist waar de uitknop zat. Hij was geen brave jongen. Geen grijze bestuurder in een pak dat naar vergaderzaal rook. Hij was professor, dandy, openlijk homo, katholiek, marxismedocent geweest aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en daarna ineens politieke bliksemafleider. Van PvdA naar Leefbaar, van salon naar straat. Hij maakte zinnen als messen. Mensen noemden het populisme. Anderen noemden het eindelijk iemand die zegt wat ik denk. Ik wist toen nog niet wat ik ervan vond. Ik wist alleen dat er iets brak. De eerste politieke moord sinds 1672. Dat stond overal. Alsof we ineens weer in een geschiedenisboek leefden, maar dan zonder stof en met echte sirenes. De naam van de schutter...

Geld Dat Wacht Gaat Stinken

Ze noemen het “onvindbaar”. Alsof iemand per ongeluk tussen de kussens van de bank is gevallen. Vijftig miljoen euro. Klaar om overgemaakt te worden. En niemand die het mag aannemen. Ik blijf hangen op dat detail. Niet op het geld. Op het wachten. Geld dat wacht is geen geld meer. Het is ballast. Net als leer dat te lang nat blijft liggen. Het gaat stinken. Het trekt krom. Uiteindelijk kun je het weggooien. In de handel leer je dat snel. Je kunt spullen hebben. Mooie spullen. Dure spullen. Maar als je er niet bent om ze te verplaatsen, ben je klaar. Harderwijk is daar meedogenloos in. Als je hier drie keer niet op komt dagen, word je een verhaal. “Die van toen.” “Die met dat idee.” “Die die ineens weg was.” Ik heb mannen gekend die dachten dat stilte macht was. Niet reageren. Niet opnemen. Denken dat iedereen wel blijft wachten. Maar wachten is iets voor mensen zonder werk. En zelfs die houden het niet lang vol. Ik sta liever met een klant aan de tafel. Riem erop. Gat erbij. Past het o...

De markt heeft God gevonden

Er was een tijd dat je met geloof vooral ruzie kreeg aan de keukentafel. Met je oom. Met je moeder. Met jezelf. Nu krijg je er rendement op. Ik las het en ik moest lachen. Niet hardop. Zo’n korte neus-uitadem-lach. Die van: natuurlijk. Natuurlijk hebben we dit gedaan. We hebben van God een grafiek gemaakt. Van twijfel een product. Van wachten een deadline. 31 december 2026. 23:59. Alsof Jezus ook gewoon een agenda-app gebruikt. Het voelt als de laatste fase van iets dat al lang aan de gang is. Eerst werd alles meetbaar. Toen alles vergelijkbaar. En nu alles inzetbaar. Zelfs het hiernamaals moet concurreren om aandacht tussen crypto, verkiezingen en celebrity divorces. En ik snap het wel. Echt. De wereld staat strak. Mensen zoeken houvast. Of in ieder geval een verhaal met een uitkomst. En als die uitkomst niet komt, wil je er tenminste iets aan overhouden. Liefst geld. Of gelijk. Dat is de moderne mens. We geloven nergens meer in, maar we willen wél winnen. Ik zie dezelfde reflex in mi...

Verleiding is Geen Verraad

Hij zei het zelf al. Zijn werk moest net zo verleidelijk zijn als reclame. Anders besta je niet. In een wereld die constant knippert, schreeuwt en trekt aan je aandacht. Micha Klein begreep dat eerder dan de rest. Niet als kunstenaar-met-idealen, maar als vakman met antennes. Hij keek niet neer op massamedia. Hij dook erin. Tot zijn knieën. Tot zijn nek. Dat zie ik zelden bij makers. Te veel zuiverheid. Te veel angst om “commercieel” te lijken. Maar leer verkoopt zichzelf ook niet, hoe mooi het ook is. Ik heb riemen in handen gehad die technisch perfect waren. Maar dood. Geen spanning. Geen randje. Geen verhaal. Netjes vakwerk is soms gewoon… netjes. Klein snapte dat schoonheid pas interessant wordt als ze wringt. Artificial Beauty. Samengestelde gezichten. Te glad. Te perfect. En precies daarom ongemakkelijk. Dat gevoel ken ik. Wanneer iemand een vintage leren jas aantrekt en even stil wordt. Omdat het leer niet alleen past, maar iets terugzegt. Een lichte weerstand. Een verleden dat ...

Leer Veroudert. Karakter Niet.

Ze noemen het een 50-jarig jubileum. Alsof het een taartmoment is. Ballonnen. Nieuwsbrief. Maar vijftig jaar leer is geen feest. Het is slijtage. Fouten. Terugkomen bij wat wél klopt. RoB Amsterdam bestaat niet omdat het slim is meegeschoven met trends, maar omdat het nooit heeft gedaan alsof leer iets anders is dan wat het is. Leer wil niet netjes. Het wil gebruikt worden. Gedragen. Ingewerkt in een leven. Wie dat niet snapt, verkoopt plastic met een verhaal. Wie dat wel snapt, verandert niks aan een patroon dat al veertig jaar klopt. Daarom hangt die legacy-lijn er nog steeds. Niet als eerbetoon, maar als werkpaard. In de Warmoesstraat leer je snel genoeg wat overblijft en wat verdwijnt. Toeristen gaan. Nachtclubs sluiten. Merken komen en sterven. Maar leer dat goed is gesneden, blijft. Ik zie het bij klanten in Harderwijk. Mannen die binnenkomen voor “even kijken” en vertrekken met een riem die ze twintig jaar later nog dragen. De gesp wat doffer. Het leer donkerder. Hun verhaal eri...

Zij is 73. Hij is 35. En niemand weet wat rouw precies mag zijn.

Er zijn mensen die alles willen tellen. Jaren. Leeftijd. Verschil. Alsof liefde een Excel-sheet is. Alsof rouw een protocol heeft. Marion Bloem. Drieënzeventig. Een vrouw die al leefde toen alles nog mocht. Toen je nog met iemand kon weglopen naar Spanje, een hotel runnen, een kind krijgen, en daarna gewoon dóórleven zonder therapietaal. Haar grote liefde dood. Prostaatkanker. Klaar. Weg. Stilte. En dan staat er ineens iemand in de wasserette. Vijfendertig. Wasmand onder z’n arm. Geen plannen. Geen toekomstvisie. Geen claims. Alleen gesprek. Stilte. Ruimte. Dat is geen schandaal. Dat is timing. Dat is leven dat weigert zich netjes te gedragen. Mensen vinden er wat van. Natuurlijk. Ze vinden altijd wat van leeftijdsverschil, maar nooit van eenzaamheid. Nooit van hoe een huis klinkt als er niemand meer doorheen loopt. Nooit van hoe lang een avond kan zijn als je niemand meer hoeft uit te leggen wie je was. In mijn atelier in Harderwijk zie ik datzelfde patroon. Oude leren riemen. Verslet...

De kleine verslavingen winnen altijd

André Hazes heeft het over neusspray. Ik geloof hem meteen. Niet omdat hij Hazes is. Maar omdat het klein is. En kleine dingen zijn het gevaarlijkst. De grote ellende zie je aankomen. Alcohol. Drugs. Burn-outs met namen en praatgroepen. Maar de kleine verslavingen glippen ertussendoor. Ze passen in een jaszak. In een la. In een dagroutine. Elke ochtend dezelfde handeling. Elke avond dezelfde belofte: morgen minder. In mijn wereld heet dat: nog één gaatje bijmaken. Nog één randje bijsnijden. Nog één riem redden die eigenlijk al voorbij is. Ambacht heeft dezelfde valkuil als verslaving. Het geeft voldoening. Direct. Tastbaar. En het liegt niet. Tot het dat wel doet. Ik heb klanten gehad die drie keer per week langskwamen. Niet voor een nieuwe riem. Maar om even te praten. Even vast te houden aan iets stevigs. Leer is betrouwbaar. Mensen zijn dat minder. Neusspray opent je neus. Leer geeft je ruggengraat. Maar als je het nodig hebt om te functioneren, ben je al te ver. Harderwijk is klein...