De Kou Achter de Kramen

Ik liep laatst weer over zo’n fantasy-event. Je kent het wel. Drie dagen hoorns, elfenoren, rookmachines die zo naar plastic ruiken dat je denkt dat de lucht zelf cosplay doet. En ergens tussen dat decor staan dan die kraampjes met leer. Tenminste… leer. Het lijkt op leer, het ruikt als leer, maar als je beter kijkt zie je de lijntjes in het patroon. De machineprint. De Alibaba-afdruk die ik bijna met mijn ogen dicht kan navertellen.

Ik herkende zelfs een tas die ik ooit in een bulkcatalogus zag. Acht varianten, drie kleuren, maximaal marge, nul ziel. En toch staan ze daar, vooraan, beste plekken, volle aanloop.

Nederlandse makers? Die staan thuis. Of in de kou. Letterlijk. Ik heb het gezien. Mensen die hun eigen werk meenemen, ambacht in de vingers, liefde in de naden. Die krijgen dan een mail terug met zo’n lacherig toontje. “Haha weer iemand met leer, hebben we al.” Fijn. Bedankt. Terwijl je net zit te rekenen of je die lening durft te pakken om eindelijk eens een serieuze stand neer te zetten. Warm licht, mooi hout, vakmanschap in elke centimeter.

Dat doet wat met je. Het steekt, zoals een droge splinter onder je nagel. Je lacht het weg, maar ‘s avonds in de werkplaats voel je het alsnog branden.

In Harderwijk, achter mijn werkbank, heb ik al heel wat riemen gesneden terwijl ik zat na te denken over dat antwoord. Je hoort maar al te vaak dat fantasy-markten “ambacht hoog hebben zitten”. Nou, dan moeten ze eens komen kijken hoe een echte belt-cut klinkt. Hoe een gesp vastklikt zonder speling. Hoe leer leeft. Geen rebrand, geen massadump, geen Chinese copycat die via een kerstboom aan BV’s door Europa wordt geduwd.

Ik zag op Reddit dat meer mensen het roken. Die vibe van: hé, dit klopt niet. Makers die voelen dat de markt is dichtgetimmerd door partijen die vooral denken in omzetstromen, niet in cultuur. Niet in craft.
Je zou bijna denken dat ambacht een decorstuk is geworden in plaats van een vak.

Het gekke is dat er wel vraag is. Altijd. Op elk event krijg je dezelfde blikken. Mensen die met hun vingers langs de rand van een riem gaan en zeggen: “O ja… zo hoort leer te voelen.” Dat vergeet je nooit. Dat is waar je het voor doet.

Ik had laatst nog een klant. Oudere vent, handen als bootwerkers. Hij kocht een zwarte belt van me. Hij zei niks, maar keek me aan met zo’n blik van: jongen, blijf dit maken, want straks kan niemand het meer.
Dat soort momenten hou je overeind. Daar leef je van. Niet van kliks of kermismanagement.

Ik heb onderzoek gedaan naar die organisatiestructuren. Man, sommige zijn complexer dan een DnD skill tree. BV’s in BV’s die weer onder een andere BV hangen. Op zich niks mis mee, maar het ademt wel een bepaalde mindset. Niet die van makers. Niet die van mensen met lijmresten op hun hoodie en een stanleymes dat te veel meegemaakt heeft.

En zo staan we dan. Nederland barst van het talent. Maar we worden aan de zijkant geduwd terwijl er “fantasy ambiance” wordt verkocht met nep-leer en misdrukken. Ambacht moet smeulen, niet bevriezen. En toch stonden er letterlijk mensen in de kou omdat niemand van de organisatie iets regelde.
Dat zegt alles.

Misschien wordt het tijd dat het publiek luider wordt dan de kraamhouders die dozen importeren. Misschien moet iemand gewoon zeggen: hé, geef die Nederlandse makers ruimte. Laat ze de tent weer ziel geven in plaats van plastic rook.

Tot die tijd blijf ik snijden, schuren, oliën. Harderwijk-style. Johnny’s Vintage & Leathers. Eén riem per keer. Eén verhaal per keer.

En wie weet, als de wereld weer wakker wordt, staan we daar wél. Met echt vakmanschap, geen bühneversie.

Tot dan vind je me hier:

https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon

https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather

Populaire posts van deze blog

Van motorjack tot manifest: hoe leer meer zegt dan je denkt

Hoe Magic Me Leerde Ondernemen in een Niche (en WotC Mijn Anti-Hero Werd)

Leer is geen materiaal. Het is een houding