De Losse Naden van de Fantasymarkt
Ik stond laatst weer in mijn werkplaats. Nachtshift, koffie lauw, mes bot aan het worden. En dan denk je ineens terug aan die ene zin die je op Reddit typt. Zo’n zin waar je eigenlijk jaren vakmanschap in propt: dat Nederlandse makers structureel aan de kant worden gedrukt op fantasy-events.
Je proeft het als je het zegt. Bitter. Zoals leer dat te heet is gelooid.
Want laten we eerlijk zijn. Fantasy-markten voelen steeds meer als een decor vol rebranded spul dat je ook voor twee tientjes op Alibaba vindt. Je hoeft alleen even door die catalogus te bladeren om te weten wat echt is en wat toneel. Ik herken die producten meteen. Het is bijna gênant hoe weinig moeite sommige standhouders doen om het te camoufleren.
Maar daar gaat het niet eens om. Het gaat om dat onderbuikgevoel dat je krijgt als je wéér hoort dat Nederlandse leerwerkers niet tussen de kramen passen.
“Geen plek.”
“Geen behoefte.”
“Haha, weer iemand met leer.”
Die laatste voel je tot in je sleutelbeen.
Ik had serieus plannen. Een volledige setup. Lampen, displays, houten plateau’s die naar linseed oil ruiken. Ik had zelfs met de bank gerekend wat ik kon lenen zonder m’n nek te breken. Want als je in deze scene wil staan, dan moet je investeren, knallen en je rug rechthouden.
Maar ja. Dan krijg je zo’n afwijzing met een lachje erachter. Niet uit kwaadheid. Gewoon… onverschilligheid. Dat is nog erger.
Ik ging graven. Wie runt die events. Hoe zit dat in elkaar. BV op BV, gestapeld als kerstversiering op een te hoge boom. Geen misdaad, maar je ziet meteen waar de prioriteit ligt. Inkoop, omloop, massa, logistiek. Niet in makers die met hun eigen handen bouwen wat de fantasy-scene juist uniek moest maken.
En dan lees je op Reddit dat anderen het ook voelen. Mensen die jarenlang op die markten stonden en vertellen dat ze letterlijk zijn laten staan. In de regen. Geen voorzieningen, geen communicatie. Alsof ambacht iets is dat je erbij doet.
Alsof het publiek toch niet doorheeft wat echt is.
Maar dat klopt niet. Want het publiek voelt het juist wél.
Ik maak riemen in Harderwijk. Elk stuk leer gaat door mijn handen. Soms praat iemand me tegen terwijl ik snijd, en hoor ik ineens: “Dit voelt anders. Dit is écht.”
Dat hoor je nooit bij massaproduct. Dat voel je alleen bij craft.
Ik had laatst nog een jonge gast. Cosplayer. Hij pakte een bruin vintage belt van me op alsof het een artefact was.
“Waar koop je deze?” vroeg hij.
Ik zei: hier. Niet op Alibaba. Niet op een kraam waar ze je met drie talen tegelijk afrekenen. Gewoon bij iemand die nog lijm op z’n mouwen heeft.
Dat is wat de scene nodig heeft. Makers die niet worden weggewuifd omdat “we al genoeg leer hebben.” Hoe kun je genoeg hebben van iets dat bijna niemand nog écht doet.
Misschien is dit gewoon die tussenfase. Het moment vlak voor de slinger terugkomt. Mensen snakken naar echt materiaal. Echte handen. Echte fouten zelfs. Een kras die een verhaal vertelt in plaats van een patroon dat uit een fabriek valt.
Tot die tijd blijf ik mijn werk doen. Riemen maken, olie smeren, naden checken. Johnny’s Vintage & Leathers. Harderwijk. Kleine werkplaats, grote ruggegraat.
En wie weet staat er over een paar jaar een rij kinderen met elfenoren voor een kraam waar écht leer hangt.
Dan lachen we niet omdat het moet, maar omdat het eindelijk klopt.
Tot die tijd vind je me hier:
https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon
https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather