Er zit een vreemd soort stilte in schaamte.


Niet de rustige stilte. De dichte. De verstikkende.
Die waarin je wel denkt, maar niets zegt. Waarin je alles voelt, maar jezelf wijsmaakt dat het niet mag bestaan.

Daar begint het probleem. Niet bij leer. Niet bij rokken. Niet bij wat iemand anders aantrekt. Maar bij het moment dat je besluit: dit mag ik niet hebben, dit mag ik niet voelen, hier mag ik niet eens nieuwsgierig naar zijn.

Vanaf dat moment gaat je hoofd overuren draaien.

Wat verboden wordt, krijgt scherpte.
Wat niet benoemd mag worden, krijgt macht.
Wat niet besproken mag worden, zoekt een uitweg.

Ik zie het niet alleen in geloof. Ik zie het in handel. In relaties. In werk. In mannen die alles “onder controle” hebben tot het ineens misgaat. Altijd hetzelfde patroon. Te lang strak gehouden. Te weinig lucht.

Leer is daarin een perfecte spiegel. Het reageert direct op spanning. Trek je te hard, dan scheurt het. Smeer je het dood, dan verstikt het. Laat je het verwaarlozen, dan wordt het bros. Het vraagt aandacht, geen obsessie.

Wat mij raakt in dat hele Refoweb-verhaal is niet de vraag zelf, maar wat eronder ligt. Een mens die iets voelt en meteen denkt dat dat gevoel iets zegt over zijn geloof, zijn zuiverheid, zijn waarde. Dat is een zware last. Zwaarder dan nodig.

Je bent niet onrein omdat je lichaam reageert.
Je bent niet zwak omdat je associaties hebt.
Je bent niet verdorven omdat iets je raakt.

Je bent alleen mens in een systeem dat liever doet alsof mensen machines zijn.

In veel kerkelijke contexten is er weinig taal voor dit soort dingen. Alles wordt snel opgetild naar zonde, duivel, strijd. Dat klinkt groots, maar het maakt het ook ongrijpbaar. Terwijl het vaak juist gaat over iets heel aards: oude paden in je brein, ooit logisch, nu hinderlijk.

En nee, dat los je niet op door harder te geloven. Dat los je op door preciezer te kijken.

Wat triggert mij precies.
Is het vorm. Strakheid. Beweging. Macht. Aandacht.
Is het verlangen. Is het angst. Is het herinnering.

Zolang alles op één hoop blijft liggen, blijft het monster groot. Zodra je het ontleedt, wordt het hanteerbaar. Zoals leer in losse delen op de werkbank ineens logisch wordt. Dit is de gesp. Dit is de band. Dit is de randafwerking. Geen mystiek. Gewoon werk.

Ik heb geleerd dat schaamte nooit corrigeert. Schaamte bevriest. Wat corrigeert is nieuwsgierigheid zonder oordeel. Dat is geen soft gedoe. Dat is discipline. Het vraagt lef om te zeggen: ik ga hier niet van weglopen, maar ik ga het ook niet voeden.

De wereld gaat niet kuiser worden zodat jij rust krijgt. Dat is een illusie. Maar jij kunt wel vaardiger worden. Steviger. Minder schrikachtig. Dat is echte groei.

Leer kan daarin een leraar zijn, als je het laat. Niet als symbool, maar als materiaal. Het dwingt je om te werken met wat er is, niet met wat je wenst. Het leert je dat duurzaamheid nooit uit verkramping komt, maar uit onderhoud.

Misschien is dat wel de grootste misvatting: dat geloof iets is wat je strak moet vasthouden. Terwijl alles wat leeft beter gedijt als je het draagt met aandacht, niet met angst.

In Harderwijk zeggen we dan: niet zo krampachtig. Doe gewoon je werk goed.

Dat geldt voor leer.
Dat geldt voor jezelf.

En als je dat werk eens van dichtbij wilt zien, zonder morele ruis, zonder projecties, maar gewoon als vintage, handmade, European leather culture met patina en verhalen, dan liggen mijn spullen daar. Open. Gebruikt. Eerlijk.

Check:
https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon
https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather


Populaire posts van deze blog

Van motorjack tot manifest: hoe leer meer zegt dan je denkt

Hoe Magic Me Leerde Ondernemen in een Niche (en WotC Mijn Anti-Hero Werd)

Leer is geen materiaal. Het is een houding