Soms denk ik: dit gaat niet over leer. Dit gaat over controle.
Over willen bepalen wat binnen mag komen en wat buiten blijft. In je hoofd. In je lijf. In je geloof. Alsof je ergens onderweg hebt geleerd dat verlangen gevaarlijk is en dat je het dus moet neutraliseren. Inpakken. Wegzetten. Netjes houden.
Maar verlangen laat zich niet netjes houden.
Je kunt het bidden, behandelen, rationaliseren, bijbelvast maken, etiketteren. Het komt terug. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je mens bent. Met een zenuwstelsel dat sneller is dan je theologie.
Ik zie het aan de werkbank. Altijd.
Mensen willen een riem “die niet te opvallend is”.
Niet te breed. Niet te glanzend. Niet te… iets.
En dan pakken ze tóch die ene. Degene waarvan ze meteen zeggen: “Deze eigenlijk niet.”
Dat is altijd ‘m.
Wat je afwijst, heeft vaak de meeste spanning. En spanning is geen zonde. Spanning is energie. De vraag is alleen: waar laat je die?
In de kerk wordt spanning vaak meteen geestelijk gemaakt. Of verdacht. Of moreel gewogen. Terwijl spanning ook gewoon een signaal kan zijn. Dat er iets gezien wil worden. Niet uitgehaald. Niet uitgeleefd. Gewoon gezien.
Het probleem met obsessies is niet dat ze hard zijn. Het probleem is dat ze smal worden. Alles gaat door één tunnel. Leer wordt geen materiaal meer, maar symbool. Geen jas, maar lading. Geen rok, maar projectie. En dan verlies je nuance. En zonder nuance wordt alles gevaarlijk.
Ik geloof niet zo in het wegdrukken van dat soort dingen. Dat breekt uiteindelijk ergens anders door. In irritatie. In veroordeling. In dat stille innerlijke commentaar op anderen. “Waarom doen zij dit.”
Dat is vaak het eerste teken dat je te ver van jezelf bent afgedreven.
Wat helpt is verbreden.
Meer context. Meer verhalen. Meer aanraking met de realiteit van dingen. Leer als werk. Leer als ambacht. Leer als handel. Leer dat slijt, scheurt, wordt hersteld. Leer dat niet altijd sexy is, maar vaak gewoon praktisch. Soms zelfs lelijk.
Ik heb riemen gezien die niemand opwindend zou noemen. En toch droegen ze geschiedenis. Arbeid. Stilte. Dat is ook leer.
En ja, sommige dingen blijven prikkelen. Dat hoort erbij. Volwassen worden is niet dat prikkels verdwijnen, maar dat je ze niet meer automatisch volgt. Dat je kunt zeggen: “Ik zie dit. Ik voel dit. En ik kies iets anders.”
Dat is geen geloofsstrijd. Dat is vaardigheid.
Je leert het net als vakmanschap. Door herhaling. Door falen. Door opnieuw beginnen zonder drama. Door niet elke terugval te zien als moreel failliet.
Als iemand in leer langsloopt en je merkt dat je hoofd meteen versnelt, dan is dat geen nederlaag. Dat is feedback. Informatie. Daar kun je mee werken. Adem. Grond. Terug naar waar je bent. Niet naar waar je denkt dat je zou moeten zijn.
En stop alsjeblieft met denken dat anderen jou iets aandoen door gewoon te bestaan. Dat maakt je klein. En je bent groter dan dat.
Leer is geen test van je geloof.
Het is hooguit een test van je zelfkennis.
En zelfkennis is geen preek. Dat is werk. Dagelijks. Net als mijn vak. Snijden. Meten. Corrigeren. Opnieuw stikken. Soms een fout laten zitten omdat hij eerlijk is.
In Harderwijk zeggen we niet veel, maar we doen ons werk goed. Dat geldt ook hier.
Als je ooit wil zien hoe leer eruitziet zonder morele mist, zonder spiritueel theater, maar gewoon als European handmade craft, vintage handel en eerlijke slijtage, dan ligt dat open en bloot bij mij.
Geen verhalen eromheen. Alleen materiaal en handen die weten wat ze doen.
Check:
https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon
https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather