Zondag. Bank. Stilte die zwaarder weegt dan de preek. En dan gebeurt het weer.
Je zit daar, netjes, handen gevouwen, hoofd erbij, je wil het goede doen. Je bent zelfs al door de molen gegaan van hulp, behandeling, opruimen wat opgeruimd moest worden. Afgerond. Stempel erop. Klaar.
Alleen, je brein leest geen rapporten. Je brein leest prikkels.
En dan loopt er iemand langs in een leren jasje. Of erger, zo’n rok die niet “gewoon kleding” is maar een signaal. Strak leer is geen stof. Het is een trigger. Punt.
De dominee in dat stukje doet wat dominees vaak doen: hij pakt de Bijbel, pakt Genesis, pakt “God maakte rokken van vellen” en denkt dat het daarmee opgelost is. Theologisch klopt het. Psychologisch mist hij de kern. Want jij struikelt niet over “leer is toegestaan”, jij struikelt over wat leer in jouw hoofd aanzet. Dat is geen zonde-discussie, dat is een brein-discussie. Een associatie-machine die ooit te hard is gaan draaien.
En hier komt het ongemakkelijke, maar wel eerlijke deel.
De kerk is geen prikkelvrije zone. Nooit geweest. In de kerk zit ook parfum. Lippenstift. Schoenen. Stemmen. Blikken. Macht. Mooi doen. Soms zelfs manipulatie in nette kleren. Dus als jij je strijd ophangt aan “waarom dragen echte christenen dit”, dan geef je je probleem weg aan de buitenwereld. Dan maak je van andermans rok jouw verantwoordelijkheid. Dat voelt logisch, maar het is een valkuil. Die vrouw voor je draagt kleding. Jij draagt de lading.
Wat je eigenlijk zegt is: ik wil God horen, maar mijn lichaam hoort iets anders. En dat botst. Je noemt het “de duivel”. Dat woord werkt in jouw taal, prima. Alleen praktisch gezien gaat het ook over neurobiologie, gewoon ouderwets. Cue, craving, stress, schaamte, herhaling. De hele cirkel. Je kunt er “duivel” op plakken of “conditionering”, de aanpak blijft verrassend nuchter.
Dit is wat werkt, zonder zweverig gedoe.
1. Stop met morele paniek over leer
Leer is leer. Leather is just material. In mijn wereld is leer ook handel, vakmanschap, slijtage, geur, patina, snijrand, gestikte lijn, gesp die je hoort klikken. In jouw wereld is het nu soms lust, spanning, gevaar. Dat is het verschil. Niet het leer zelf.
2. Trek de strijd terug naar jouw kant van het hek
Niet “waarom doen zij dit”, maar “wat gebeurt er in mij als ik dit zie”. Dat ene zinnetje verandert je hele positie. Van slachtoffer naar stuurman.
3. Maak er geen geheim monster van
Obsessies groeien in het donker. Je hoeft niemand details te voeren, maar je kunt wel eerlijk zijn naar één betrouwbare persoon: behandelaar, ouderling die snapt wat privacy is, een vriend die niet meteen gaat preken. Zeg: “Dit is een trigger, ik wil tools.” Klaar.
4. Werk met exposure, maar slim, niet stoer
Als je behandeling “afgerond” was, top. Maar dit is precies zo’n situatie waar maintenance nodig is. Exposure betekent niet jezelf kapot laten gaan op zondag. Het betekent: kleine gecontroleerde stapjes, met nazorg, met ademhaling, met aandacht terughalen. Als je in de kerk al over je grens zit, dan ben je te laat begonnen.
5. Pak je aandacht als een ambacht
Aandacht is ook leather craft. Je snijdt, je stanst, je corrigeert, je legt opnieuw. Elke keer dat je merkt “ik zit weer op leer”, zeg je in jezelf: terug naar de tekst, terug naar de stem, terug naar de psalm, terug naar de kern. Niet boos worden op jezelf. Gewoon terugzetten. Zoals je een riem rechtlegt op de snijtafel.
Ik heb klanten die een riem kopen “gewoon omdat het leer is”. En ik heb klanten die een riem kopen omdat het iets in ze aanzet. Macht. Zekerheid. Identiteit. Seks. Rust. Angst. Alles door elkaar. Dat is menselijk. Het verschil zit niet in de riem. Het verschil zit in hoe iemand ermee omgaat.
In Harderwijk, in mijn kleine leerwereld, zie ik het elke week: mensen willen controle. Over hun lijf, hun hoofd, hun verleden. Leer is daar een perfecte projectie voor. Het is stevig, het ruikt echt, het veroudert zichtbaar. Het liegt niet. En precies daarom kan het ook zo’n belachelijk sterke trigger worden. Jij vecht niet tegen een rok. Jij vecht tegen betekenis.
En dan nog dit, even scherp.
Als jij denkt dat “echte christenen” geen strak leer mogen dragen zodat jij rustig kunt luisteren, dan schuif je jouw kruis op hun schouders. Dat gaat niet vliegen. Niet in de kerk, niet in de straat, niet in het echte leven. Je hoeft jezelf niet te veroordelen, maar je moet wel eigenaar blijven van je binnenwereld. Anders word je bitter. En bitterheid is een veel grotere sloper dan een leren jasje.
Dus ja, het kan twee dingen tegelijk zijn: geestelijke strijd én oude conditionering. Je hoeft niet te kiezen welk etiket het wint. Je hoeft alleen te kiezen voor wat helpt.
En wat helpt is simpel: opnieuw begeleiding als het weer oplaait. Niet omdat je faalt, maar omdat je onderhoud doet. Zoals je leer invet voordat het barst.
Ondertussen, als je ooit wil zien dat leer ook gewoon arbeid kan zijn, craft, handel, patina, European leather culture, zonder dat het meteen erotiek wordt, dan kom je gerust even gluren bij mijn archief. Vintage, handmade, no bullshit.
Check mijn shops:
https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon
https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather