Claus Plausiblestein en de Riem die zijn Succes Niet Bij Kon Benen

Claus Plausiblestein woont in zo’n flat waar je al moe wordt voordat je de lift uit stapt.
Zo’n blok beton waar iedereen elkaar hoort, niemand elkaar kent, en iedereen doet alsof dat “privacy” heet.

Hij noemt het zelf een Turkenflat.
Met wrok. Met dat zure trekje dat je krijgt als je te lang naar dezelfde muur staart en besluit dat de muur jou persoonlijk beledigt.

Binnen is het geen thuis.
Het is een bunker met hobby’s.
Een museum van controle.
En toch: chaos. Want daar is Pavlov.

Pavlov is zijn kat.
Niet “een beetje druk”, nee, Pavlov is een ADHD-meteoriet met klauwen.
Gordijnen? Klimrek.
Bank? Landingsbaan.
De woonkamer? Oorlogsgebied, maar dan met parfum en LEGO.

Claus is openlijk gay en hij is niet het type “zacht en zinnig”.
Hij is eerder: scherp, snel beledigd, en als je niet meteen reageert, zit je al in zijn hoofd als vijand.
Hij is het soort man dat kan afvallen en tóch boos blijft.

18 kilo eraf.
Knap. Echt knap.
Maar het universum gunt hem geen overwinning zonder bijsluiter.

Want zijn riem is nu te groot.

En raad eens wie de schuld krijgt.

Juist.
Johnny.

Harderwijk. Johnny’s Vintage & Leathers.
Leer onder de nagels, handel in de vingers, en gewoon eerlijk spul.
Zo’n riem die niet loopt te slijmen met marketing, maar gewoon z’n werk doet.
Volnerf leer, fatsoenlijke gesp, strak gesneden. Classic.

Alleen ja… Claus z’n taille is verhuisd.
En een riem geeft niet om jouw persoonlijke groei.
Een riem is leer. Leer is trouw, maar niet magisch.

Toch belt Claus. Uren.
Niet één keer. Niet “even checken”.
Nee, hij belt zoals mensen vroeger de radio belden om een plaatje aan te vragen: obsessief, met emotie, alsof er iets op het spel staat.

“Johnny, ik ben afgevallen.”
“Johnny, hij zit niet meer lekker.”
“Johnny, je moet me serieus nemen.”

En als Johnny even niet opneemt?
Dan klapt Claus om alsof je zijn zuurstof uitzet.

Want dat is Claus.
Een man die houvast zoekt en het vervolgens misbruikt als wapen.
Aandacht is bij hem geen warmte, het is brandstof.
Als hij het krijgt, leeft hij. Als hij het niet krijgt, gaat hij in proteststand.

En ondertussen, die flat…
Die buren waar hij een hekel aan heeft, zitten waarschijnlijk gewoon hun soep te roeren.
Maar in Claus z’n hoofd zijn het NPC’s met irritante geluiden en een slechte AI.

Hij verzamelt alles wat stil is en blijft staan.

Harry Potter LEGO, compleet.
GTST op DVD, alle seizoenen.
Zestig parfumflesjes, alsof hij zijn identiteit in laagjes sprayt: vandaag “mysterious”, morgen “freshly offended”.

En Temu.
Temu is zijn tweede religie.
Daar koopt hij een 88-delig meubelelement alsof het een IKEA-set uit de hel is.
En daarna ook: borden, gereedschap, schoenen, condooms, veters, chocolade.
Alles. Gewoon alles.

Niet omdat hij het nodig heeft.
Maar omdat het komt.
En omdat hij punten spaart.

Punten sparen is de moderne versie van bidden.
Je denkt dat als je genoeg verzamelt, er iets moois gaat gebeuren.

En ja, hij gamet.
Rustige games. Levenssimulators.
The Sims, Farmer Simulator… zelfs Gay Simulator.
Daar heeft hij wél controle.
Daar kan hij de wereld bouwen zonder buren die ademen, zonder riemen die ineens te groot zijn, zonder pakketbezorger die hem negeert.

Want die pakketbezorger is zijn dagelijkse soap.

Claus zit werkloos thuis, dagen zonder vorm.
Een beetje Pavlov managen.
Een beetje verzamelen.
Een beetje gamen.
En dan: die bezorger.

Elke keer als er een pakket komt, gaat er iets in hem aan.
Niet romantisch. Niet subtiel.
Meer alsof zijn systeem eindelijk iets voelt wat geen irritatie is.

Dus probeert hij hem te verleiden.
Niet eens uit pure geilheid, denk ik.
Meer: uit eenzaamheid met lef.
Gewoon één mens die even echt is, in een wereld van karton en plastic zakjes.

En toch…
de enige keer dat hij echt in beweging komt, is als er iemand aan de deur staat met een barcode-scanner.

Kijk, ik heb honderden klanten gehad.
De stille types. De twijfelaars. De “kan er nog een gaatje bij?”-mensen.
Maar Claus is een categorie apart.

Claus is niet moeilijk om de riem.
Claus is moeilijk omdat hij wil dat de riem hem bewijst dat hij gezien wordt.

Een leren riem is simpel spul.
Je meet hem. Je draagt hem. Hij vormt zich. Hij leeft met je mee.
Hij wordt mooier van gebruik, net als een goede jas of een oude portemonnee.
Dat is European leather culture. Geen TikTok-hype, maar gewoon: tijd doet z’n werk.

Maar Claus wil dat leer een emotionele functie krijgt.
Dat het hem geruststelt.
Dat het hem vasthoudt.

En dat kan niet.

Leer is eerlijk.
En eerlijkheid voelt als afwijzing als jij jezelf niet stabiel krijgt.

Dus ja, ik zie Claus zitten in dat flatje.
Parfumwolken, LEGO-torens, GTST-doosjes, Temu-zooi overal, Pavlov die als een demon langs de gordijnen schiet.
En Claus die belt.
Boos en hongerig naar contact.

En ergens is het ook tragisch.

Want hij is niet dom.
Hij is niet lui.
Hij is gewoon iemand die z’n leven heeft dichtgetimmerd met spullen omdat mensen te onvoorspelbaar zijn.

En nu is hij afgevallen.
Een prestatie.
Maar in plaats van trots voelt hij… paniek.

Omdat hij zijn oude zelf kwijt is, en de nieuwe nog niet past.

Dat is het moment waar een goede riem eigenlijk voor bedoeld is:
je houdt jezelf letterlijk bij elkaar, terwijl je verandert.

Maar Claus?
Die wil een riem die zijn hele binnenwereld vastgespt.

Dat is een maat te groot, vriend.

En Johnny? Johnny zit gewoon in Harderwijk te werken.
Snijdt leer. Verpakt spullen. Zet dingen recht.
Geen drama, geen therapie.
Alleen handel. Alleen vakmanschap.
En heel soms: een klant die zichzelf in een riem probeert te repareren.

Dat is ook Nederland.
Dat is ook 2025.
Iedereen wil grip. Iedereen wil bewijs.
En uiteindelijk is het gewoon leer, een gesp, en de vraag of jij jezelf aankan als niemand je appjes beantwoordt.



Check JVL hier:
• https://www.vinted.nl/member/87149893-johnnyhardon
• https://www.etsy.com/shop/JohnnysVintLeather


Populaire posts van deze blog

Van motorjack tot manifest: hoe leer meer zegt dan je denkt

Hoe Magic Me Leerde Ondernemen in een Niche (en WotC Mijn Anti-Hero Werd)

Leer is geen materiaal. Het is een houding